Secundaire plantenmetabolieten

Secundaire plantenmetabolieten

Wilde_kruiden

Sorry, wie z’n moeder? Secundaire plantenmetabolieten. Ook wel fytochemicaliën genoemd. Of gewoon ‘plantenstoffen’. Want dat zijn het: de reden dat kruiden zo goed werken en dat groenten je gezond houden.

Planten zijn er niet voor ons, maar voor zichzelf. Ze hebben eigenlijk maar één doel: overleving van de soort. Voortbestaan. Nou ja, net als wij dus, maar dan minder ambitieus. Maar niet minder intelligent. Want wie niet kan wegrennen, moet slim zijn.

 

Verdediging

Het is heerlijk weer en de vroegste lenteplanten steken hun kopjes alweer boven de grond. Het is even zoeken, maar ik heb de eerste Brandnetels en Vogelmuur alweer gezien. En dat niet alleen – ook de konijnen en muizen komen uit hun winterslaap en zie je soms met tientallen tegelijk over de velden hupsen (ik woon in de polder en ik kan het je aanraden, zo tegen de schemering).

Die kleine knagers, die hebben honger. Tijdens hun winterslaap hebben ze al hun voorraden verbruikt, en die moeten zo snel mogelijk worden aangevuld als ze willen overleven. En dat willen ze. Dus hun enige doel op dit moment is eten (dat andere, dat konijnen ook heel goed kunnen, komt later wel weer). Maar ja: de natuur wordt nog maar net wakker. Planten hebben ook tijd nodig om te groeien. Dus er is een flinke wedstrijd aan de gang: welk konijn vindt genoeg voedsel om te overleven?

Maar stel je voor dat je een plant bent. Je groeit waar je groeit en bij voorkeur is dat een beetje in het zicht, want over een week of drie, vier komen de bijen en die moeten je wel kunnen vinden voor een stevig partijtje plantensex bestuiving. Intussen komen er hordes hongerige konijnen op je af. Je kunt niet wegrennen, dus wat doe je dan? Precies, je verdedigt je op een andere manier. Bijvoorbeeld door plantenstoffen aan te maken.

 

Plantenstoffen

Secundaire metabolieten zijn stoffen die de plant niet direct nodig heeft voor zijn groei, ontwikkeling of voortplanting. Het zijn dus bijvoorbeeld verdedigingsstoffen (gif- of andere stoffen die ervoor moeten zorgen dat de plant niet tot de grond toe kaalgevreten wordt), maar ook kleurstoffen voor prachtige bloemen die de bijen nog beter aantrekken. Of geurstoffen (etherische olie!) die diezelfde bijen moet aantrekken of die zó sterk smaakt, dat geen konijn ervan wil eten.

Je begrijpt: als je een plant was, en iedereen wilde je opeten, dan maakte je zoveel verdedigingsstoffen aan als je kon (tenzij het doel was om opgegeten te worden, zoals bij bepaalde bessen het geval is). En je had trouwens ook enorm veel kracht nodig om überhaupt boven de grond te komen en de koude nawinterse nachten te overleven. Straks, als alles uitbundig groeit en bloeit, is er zoveel keuze voor een konijn dat jij als plant wat minder risico loopt. Dan is het tijd om energie te gaan steken in het vormen van bloemen en zaden. Die verdedig je dan natuurlijk wel weer extra goed; je blaadjes hebben dan wat minder nodig.

 

Lente

Met andere woorden: in de vroege lente is iedere plant die boven de grond durft te komen, tot de tanden toe bewapend. En dat is mooi. Want lang niet al die verdedigings- en groeistoffen zijn schadelijk voor ons, mensen. Sterker nog: een heel aantal kunnen ons helpen om het systeem van ons eigen lijf beter te laten werken. Natuurlijk vanwege de voedingswaarde (vitaminen, mineralen, je weet wel), maar ook vanwege de geneeskrachtige stoffen. Zo zijn vroege brandnetels sterk reinigend op de nieren, en vroege Paardebloemen zorgen dat je lever een stapje harder zijn best doet.

Maart, April en Mei zijn dan ook de traditionele wilde planten-maanden. De planten zijn nog fris, steken al hun stoffen in het blad (want bloemen en bessen zijn er nog niet) en zijn nog niet verbrand door de zon. De truc is om de perfecte balans te vinden:

  • het heeft al een paar dagen niet geregend
  • er zijn genoeg planten om te oogsten
  • maar ze zijn nog niet zover doorgeschoten dat ze bitter of slap worden, of uitdrogen
  • de dauw is opgedroogd, maar de zon heeft nog niet alle vluchtige stoffen laten vervliegen

Nou, en als dat lukt… maak je een heerlijke brandnetelsoep, paardebloemsalade, vogelmuurstamppot of daslookboter. Of je vult je eigen medicijnkastje aan met tincturen en zalven. En passant pik je nog wat vitamine D op, want eindelijk is de zon weer wat krachtiger en met al dat verzamelen krijg je het warm, dus trek je je trui uit. Laat je gelijk je huid wennen aan de eerste zonnestralen – en als je dat vaak genoeg doet, hoef je net als onze oer-voorouders straks in Augustus geen zonnebrand te gebruiken. Ach, het leven kan zo logisch zijn.

Gaaf hè. Je eigen medicijnkast en je eigen zelfgemaakte wilde groentenschotel. Laat die kasgekweekte waterige courgettes uit de supermarkt lekker liggen – je eigen onkruidmaaltijd, dát is pas gevarieerd eten. En als je nou nog niet helemaal precies weet hoe dat moet, dan kom je toch gewoon een paar dagen kennis en vitamine D tanken op Mallorca? Vinden wij hartstikke gezellig.

 

De vraag van vandaag:
Wat verzamel jij in de vroege lente?
Vertel het ons in de reacties!

Reageren? Gezellig!

Reacties (8)

  • Speenkruid, ook lekker en een vitaminebommetje in het vroege voorjaar. Tijdens en na de bloei niet meer eten, las ‘k ergens en dat doe ‘k, braaf als ik ben, ook maar niet 😉
    groet

  • Marina

    Gister ook vogelmuur geproefd toen ik in de tuin werkte. Lekker! Beetje tuinkerssmaakje!
    Bestaat er misschien ook een goed wildpluk(e)boek/app/website)?

    • De Groene Vrouw

      Dan had je geen Vogelmuur maar Veldkers, dat lijkt erop. Vogelmuur smaakt eerder een beetje naar Postelein. En er is een hele goede workshop in April. Op Mallorca 😎 Daar leer je ook alles over apps, websites en boeken 😀

  • Misschien ga(at de wilde) ik toch eens die paardebloem eten. Alleen hopen dat er geen hondje overheen heeft gepiest 😉

  • Mieke

    Sinds vorige week ben ik weer bezig met “if you can’t beat it eat it” en snoep bijna dagelijks zevenblad in de tuin.
    Vorig jaar heb ik er ook mee gekookt alleen dit jaar hoop ik het beter onder de duim te houden en eet ik dus alleen jonge net boven de grond gekomen blaadjes, zo uit de hand.

  • Suuz

    Niks. Ik durf niet. Ik ben altijd bang dat ik het verkeerde, de sterk lijkende maar toch giftige, plantje pluk.

  • Eveline

    Toen ik klein was heeft mijn opa mij geleerd wat vogelmuur was (hij noemde het mier, dialect denk ik) en dat je dat aan de kanarie kon geven. Ik wist niet dat je het ook zelf kon eten! Ik heb net een handjevol bij elkaar weten te sprokkelen in de achtertuin en het even geproefd… nu snap ik ook waarom Pietje altijd helemaal wild en blij werd als ik dat voor hem meenam!

  • Pingback:Secundaire plantenmetabolieten | Nieuwe Aarde